RegisterEuropese richtlijnen sturen aan op bijenkastregistratie

Nederland is één van de weinige landen waar de registratie van bijenkasten nog niet verplicht is. De toekenning van Europese subsidies is echter gebaseerd op het aantal bijenvolken per lidstaat. Een getal dat tot nu toe voor de Nederlandse situatie onvoldoende benaderbaar was. De behoefte van Europa om een realistisch inzicht in de hoeveelheid bijenkasten per lidstaat, groeit inmiddels in rap tempo. Reden voor Imkers Nederland en de Nederlandse Bijenhoudersvereniging om op dit punt gezamenlijk aan de slag te gaan.

De imkerij in Nederland valt onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij. Binnen dit ministerie is veel kennis aanwezig rond de registratie van dieren en systemen om deze registratie mogelijk te maken, zijn voorhanden. Op dit moment is het registreren van de bijenvolken conform de methoden zoals deze gebruikelijk zijn binnen de veehouderij vanuit landelijke wetgeving nog niet verplicht. Desalniettemin onderkennen de Nederlandse imkerverenigingen wel het nut en de noodzaak om te starten met het beter inzichtelijk maken van de populatie van Nederlandse bijenvolken. Niet alleen vanwege de Europese toekenning van subsidiegeld, maar vooral op het gebied van bijengezondheid is meer inzicht in de bijenvolken wenselijk. Een eerste stap hiertoe zal gezet worden door het inventariseren van het aantal ingewinterde volken per imker.

registratie van bijenvolken:
Op grond van onder andere de Europese verordening (EU) 2016/429, "de diergezondheidsverordening" moet elke lidstaat de bijenkasten registreren (zie o.a. artikel 108 van deze verordening). Deze registratieplicht bestond al op basis van een eerdere verordening, echter heeft Nederland daaraan tot nu toe niet voldaan. Vanaf 1 januari 2023 moet ook Nederland de registratie van bijenkasten in haar wet en regelgeving implementeren.
Op dit moment vindt er overleg plaats tussen een samenwerkingsverband, waarvan Arie voorzitter is, en het ministerie van Landbouw Natuur en Visserij (LNV). Het samenwerkingsverband bestaat uit de NBV, Imkers Nederland, de Biologisch Dynamische Imkersgroep en de Vereniging voor Beroepsimkers. Het samenwerkingsverband wil haar invloed aanwenden om een voor de imkers zo gunstig mogelijke regelgeving af te spreken met LNV. Deze regelgeving moet passen binnen de kaders van de Europese verordeningen. LNV rapporteert elk jaar aan de Europese Commissie die op haar beurt elke drie jaar een rapport uit.
De referentieperiode voor het vaststellen van het aantal bijenkasten is 1 september tot en met 31 december.
Elke imker (vanaf 1 januari 2023) aangemerkt als veehouder krijgt een Uniek Bedrijfsnummer (UBN). Dit nummer moet hij aanvragen en registreren bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De bijenhouder moet naast het UBN elk jaar het aantal kasten en de standplaats van de kasten opgeven. Wanneer een imker hier niet aan voldoet is dit een economisch delict waarop een eventuele boete staat van 5000 euro. Of aan de registratie ook kosten verbonden zijn is nog niet bekend. Wanneer aan de registratie kosten verbonden zijn betekent dat wel dat wanneer er eventueel volken geruimd moeten worden de imker hiervoor een vergoeding ontvangt.
De registratie en de controle op de naleving is de verantwoordelijkheid van LNV.
Op basis van het aantal geregistreerde bijenvolken kent de Europese Commissie subsidie toe aan de betreffende lidstaten voor onderzoek. De regering van de betreffende lidstaat kent ook eenzelfde bedrag toe.